Ingesproken raadsvergadering: Cuypersgenootschap
Geachte raadsleden,
Het Cuypersgenootschap is verrast over de nu gevolgde procedure, maar is natuurlijk verheugd dat men niet over een nacht ijs gaat en een zorgvuldige belangenafweging wil maken. Naar onze mening is echter meer dan voldoende aangetoond dat deze panden monumentwaardig zijn en wij zouden het dan ook betreuren als men Vinkzicht niet zou aanwijzen tot gemeentelijk monument.
Vinkzicht is in onze ogen namelijk een belangrijk monument, niet alleen vanwege de bijzondere, zeer rijke architectuur, de vorm van de kappen en de afwerking van de achtergevels, maar ook vanwege de rol die dit blok in het stadsbeeld speelt.
Het blok fungeert namelijk als belangrijke schakel in dit relatief gaaf bewaard gebleven gedeelte van de 19de eeuwse ring. Met het tegenoverliggende blok – dat een vergelijkbare architectonische vormgeving heeft – vormt het blok als het ware een poort, dit vanwege de overeenkomstige maat en schaal van de beide blokken. Een verhoging van vinkzicht door een opbouw zou het bestaande evenwicht onherroepelijk aantasten
In onze waardestelling hebben wij ook gewezen op het belang van de markante schaalsprong tussen deze arbeiderswoningen en de voormalige lettergieterij Tetterode, die naar onze mening behouden moet blijven en niet door verhoging van Vinkzicht verloren mag gaan.
Wat voor functie het blok uiteindelijk ook zal krijgen, woningen of hotel, daarover willen wij geen voorkeur uitspreken. Belangrijk is dat het monument behouden blijft, met inbegrip van alle onderdelen en (gevel)details die het monumentwaardig maken.
Een belangrijk punt van aandacht dienaangaande zijn de winkelpuien. Want om de overzijde van het blok nogmaals aan te halen – hoe fraai deze huizen ook gerenoveerd zijn, het is een groot gemis dat daar de winkelpuien niet in hun laatste historische verschijningsvorm hersteld zijn. Daardoor bestaat er geen relatie tussen de winkelpuien en de bovenliggende gevels.
Omdat in de verschillende adviezen en rapporten over Vinkzicht gezwegen wordt over de waarde van de daarin aanwezige winkelpuien, of deze als onbelangrijk worden aangemerkt – zou ik erop willen wijzen dat achter het overvloedig gebruikte plaatmateriaal nog een verscheidenheid aan winkelpuien uit de jaren 10, 20, en 30 voorkomt, met vele nog bewaard gebleven originele details als tegels en glas-in-lood.
Wanneer deze gerestaureerd worden is de historische ontwikkeling van deze panden weer afleesbaar, wat de monumentale uitstraling van deze panden zal versterken.
Tenslotte wil ik naar aanleiding van het rapport van Hylkema Consultants nog opmerken dat ik het als architectuurhistoricus merkwaardig vind dat een organisatie als Hylkema Consultants, volgens hun website gespecialiseerd in functieverandering van monumenten, of daarom juist voor de hand liggend, een rapport produceert dat zich kenmerkt door oppervlakkige observeringen, slordigheden en fouten die overduidelijk het resultaat zijn van een gebrek aan kennis inzake deze materie. Wanneer in de toekomst in soortgelijke gevallen behoefte bestaat aan een contra-expertise zou ik er op willen aandringen dat men daarvoor te rade gaat bij deskundige architectuurhistorici.
Afsluitend: het Cuypersgenootschap hoopt dat u het DB zult adviseren het complex aan te wijzen als gemeentelijk monument.
Hoogachtend,
Drs. David Mulder, lid afdeling Amsterdam
